Algemeen

Turberculose (meestal afgekort tot TBC of TB) is een zeer besmettelijke ziekte, die veroorzaakt wordt door een bacterie met de naam Mycobacterium tuberculosis.

De naam tuberculose zelf komt van de tuberkels, knolvormige lichaampjes, ook wel granulomen genaamd, die kenmerkend zijn voor ontstekingen, die veroorzaakt worden door deze bacteriegroep. Vandaar dat de bacterie ook wel de tuberkel-bacterie wordt genoemd.

Vroeger was de ziekte een vloek voor mensen die miserabel leefden in armoede en daardoor in klamme huizen. Het was ooit zelfs de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. In 1900 had Nederland circa 5 miljoen inwoners en jaarlijks stierven er toen ongeveer 10.000 mensen aan tuberculose!

De ontdekking van penicilline in 1928 door Alexander Fleming betekende in eerste instantie eindelijk dat de ziekte succesvol bestreden kon worden. Toch is zonder juiste behandeling een dodelijke afloop ook nu nog zeker niet uit te sluiten.

Voor de Tweede Wereldoorlog was TBC dus een nauwelijks te behandelen en daardoor vaak fataal aflopend ziektebeeld. De behandeling bestond uit rust en kuren in sanatoria met veel 'gezonde en frisse lucht', op de Veluwe of in de Alpen, zoals het bekende Davos.

De ziekte valt in veruit de meeste gevallen de longen aan, maar de turberculose-bacterie kan in principe ieder deel van het lichaam, zoals nieren, ruggengraat of hersenen, aanvallen.

Theoretisch kan iedereen een besmetting met TBC oplopen, maar mensen met een verminderde weerstand lopen nog een groter risico. Onder de risico-groepen vallen bijvoorbeeld kinderen en bejaarden, rokers, mensen die slechte voedingsgewoontes hebben (waaronder anorexia nervosa), mensen met HIV (AIDS) of andere ziekten als diabetes, daklozen, drugsverslaafden en asielzoekers.

Er wordt door de WHO geschat dat een derde van de hele wereldbevolking besmet is met de Tuberculose-bacterie. Ieder jaar krijgen circa acht miljoen mensen de ziekte en ongeveer 2.5 miljoen mensen zullen ieder jaar aan de ziekte overlijden.

In Nederland lijden nu ongeveer 800 tot 900 patiënten aan Tuberculose. Iets minder dan tweederde van die patiënten is van buitenlandse herkomst. Dat is niet echt verwonderlijk omdat TBC vooral buiten de Westerse landen voorkomt en daar zelfs toeneemt.

De bacterie

In de meeste gevallen wordt tuberculose veroorzaakt door de Mycobacterium tuberculosis, maar ook andere leden van die bacterie-familie kunnen de boosdoener zijn: Mycobacterium bovis (‘bovis’ betekent ‘koe’), Mycobacterium bovis BCG (de bacterie uit het TBC-vaccin), Mycobacterium africanum, Mycobacterium microti, Mycobacterium pinnipedi, Mycobacterium caprae en Mycobacterium canetii.

De bacterie wordt bestreden met penicilline, maar het klakkeloos voorschrijven van antibiotica bij virusinfecties plus het overdadig gebruik in vee zorgt voor resistentie. De WHO schat dat er in 2014 meer dan 480,000 nieuwe gevallen van multidrug-resistant tuberculosis (MDR-TB) aan het licht kwamen. MDR-TB is een vorm van tuberculose die resistent is tegen de twee meest krachtige medicijnen tegen tuberculose. De behandeling van MDR-TB duurt veel langer, terwijl deze ook nog eens minder effectief is dan die van 'gewone' tuberculose.

Extensively drug-resistant tuberculosis (XDR-TB) is een vorm van tuberculose die resistent is tegen minimaal vier van de belangrijkste medicijnen tegen anti-tuberculose. Ongeveer 10% van de patiënten met MDR-TB blijken XDR-TB te hebben.

Hoe kun je besmet raken?

Tuberculose is een besmettelijke ziekte. De verspreiding van de bacterie geschiedt via de lucht. Alleen mensen, die ‘open TBC’ hebben en daardoor TBC in hun longen hebben zijn besmettelijk voor anderen. De belangrijkste manier van besmetting met tuberculose gebeurt door het inademen van kleine in de lucht zwevende tuberculose-bacteria bevattende druppeltjes die door hoestende longtuberculosepatiënten worden verspreid.

Vooral bij hoesten worden zeer veel van deze infectieuze druppeltjes (aerosolen) verspreid. Je hoeft maar een paar bacteria in te ademen om zelf besmet te raken.

Wat zijn de symptomen?

Zoals gezegd is TBC vooral een ziekte van de longen, maar in principe kunnen alle organen door de tuberkel-bacterie worden aangetast. In de westerse landen maakt de longtuberculose ongeveer 60% van alle gevallen van tuberculose uit. In Aziatische landen de tuberculose vaker in andere organen gevonden, zoals lymfekliertuberculose.

De meest voorkomende symptomen van longtuberculose zijn aanhoudend hoesten plus - in toenemende mate - gewichtsverlies, nachtzweten, pijn in de borstkas en ophoesten van bloed.

Open longtuberculose: in het sputum (speeksel) zijn onder de microscoop de tuberculose-bacteria zijn te zien. Dit is de meest besmettelijke variant van longtuberculose.

Lymfkliertuberculose: uit zich door een zwelling van lymfklieren, zoals bijvoorbeeld in de hals. De symptomen van tuberculose buiten de longen hangen natuurlijk af van de plaats waar de ziekte zich bevindt.

Bij besmetting met tuberculose-bacteria komt de bacterie het lichaam binnen via de longen. Op de plaats van binnenkomst in de long, vermenigvuldigt de bacterie zich snel en verplaatst zich via de lymfe naar het regionale lymfeklierstation. In de lymfeklieren treedt een afweerreactie op waardoor deze lymfeklier groter wordt. Dit kan zichtbaar zijn op een longfoto. Hierna volgt een verspreiding van de tuberculosebacterie via lymfe en bloed door het hele lichaam. Na ongeveer zes weken heeft het lichaam doorgaans genoeg afweer ontwikkeld om de infectie te weerstaan. Wel blijven overal in het lichaam nog 'slapende' tuberculose-bacteria achter.

Bij ongeveer 1% van de mensen zal aansluitend aan de besmetting Tuberculose ontstaan. Bij ongeveer 10% van hen zal de 'slapende' tuberculose-bacterie op een later moment weer actief worden en de ziekte tuberculose veroorzaken. Dit noemen we een zogenaamde post-primaire tuberculose. Meestal treedt ziekte binnen een jaar of twee na de besmetting op, maar het kan ook 60 jaar of langer duren.

Op zoek naar de besmetting

Mantouxtest: Bij de mantouxtest wordt een kleine hoeveelheid gezuiverde eiwitten van de dode Mycobacterium tuberculosis (tuberculose-antigenen) in de huid gespoten. Als de patiënt in het verleden eens besmet is geraakt met TBC, heeft deze hierdoor een immuniteitsreactie ontwikkeld, die zich uit door een rode, verheven plek op de plaats van de injectie. Dit hoeft niet te bewijzen dat hij of zij aan TBC lijdt, maar alleen dat het immuunsysteem in het verleden al in aanraking is geweest met de bacterie. Die infectie kan al door het lichaam zijn overwonnen of nog actief zijn. De grootte van de mantouxreactie zegt ook vrijwel niets over de mate van afweer tegen de TBC-bacterie. De uitslag van de mantouxtest wordt opgegeven in het aantal millimeters dat de zwelling ('induratie') breed is. De soms aanwezige rode verkleuring van de huid is voor de uitslag niet van belang.

Röntgenfoto: In de tuberculosebestrijding wordt voor het aantonen van tuberculose in de longen veel gebruik gemaakt van longfoto's. Longtuberculose geeft nagenoeg altijd een zichtbare afwijking op de foto.

Microscopie: Soms wordt sputum (speeksel) onder een microscoop bekeken. Na kleuring kunnen de Tuberculose-bacteria meestal wel worden aangetoond. De testen geven de belangrijkste indicatie over de besmettelijkheid van de tuberculosepatiënt.

Kweken: Indien mogelijk wordt geprobeerd de tuberculosebacterie op kweek te zetten. Van vrijwel alles (sputum, urine, biopten, enz) is wel een kweek te maken. Bij een positieve tuberculosekweek staat de diagnose TBC vast en bestaat de mogelijkheid om allerlei resistenties tegen medicijnen te testen.

Bron- en contactonderzoek: Rondom iedere TBC-patiënt wordt indien nodig een bron- en/of contactonderzoek gedaan om andere besmette personen te ontdekken. Hierbij wordt het ringprincipe aangehouden. De mensen met de intensiefste contacten (bijvoorbeeld gezinsleden, vrienden, collega's) worden het eerst onderzocht. Als hier duidelijk meer besmettingen worden gevonden dan normaal wordt het onderzoek uitgebreid naar de minder intensieve contacten (buren, caissières in de supermarkt, bezoekers van je kroeg).

Wat zou je moeten doen als...

Vaccinatie is mogelijk, maar wordt maar weinig gedaan omdat het vaccin niet volledig tegen TBC beschermt. Vaccinatie met het BCG-vaccin kan echter wel beschermen tegen de meer ernstige gevolgen van een besmetting met de TBC-bacterie. De BCG-vaccinatie is mede daarom niet opgenomen in het Nederlandse Rijksvaccinatieprogramma. Hij wordt alleen aangeboden aan personen die een verhoogd risico lopen op het krijgen van de ziekte, bijvoorbeeld aan personen en kinderen die vaak of lang naar een land gaan waar TBC veel voorkomt.

Een ander nadeel van vaccinatie is dat de mantouxtest minder specifiek wordt om TBC aan te tonen.

In de meeste gevallen wordt de TBC-infectie succesvol met een combinatie van antibiotica behandeld (zie kader > TBC en Medicatie). Deze antibiotica moeten tenminste zes maanden onafgebroken achtereen worden ingenomen om resistentie te voorkomen.

De TBC-bacterie is echter de laatste jaren wereldwijd voor sommige medicamenten minder gevoelig of zelfs resistent geworden. De oorzaak van deze zeer resistente vormen van TBC is een slecht functionerend TBC-bestrijdings- en controleprogramma. De bacterie heeft de gelegenheid gekregen zich aan te passen aan de medicijnen door onvoldoende dosering (te weinig beschikbaar of slechte therapie-trouw) van de gebruikte geneesmiddelen. In Nederland bestaat de grootste kans op het ontstaan van een resistente vorm van TBC wanneer een patiënt weigert zijn kuur af te maken (zie kader > TBC en resistentie).